Woordsoort
Het woord "pronunciar" is een werkwoord in de Spaanse taal.
Fonetische transcriptie
De fonetische transcriptie van "pronunciar" in het Internationaal Fonetisch Alfabet (IPA) is: /pɾonunθjaɾ/
Gebruik in de Spaanse taal
"pronunciar" is een veelgebruikt woord in het Spaans en wordt zowel in mondelinge als schriftelijke contexten gebruikt. Het betekent "uitspreken" of "uitspreken".
Voorbeeldzinnen
- ¿Cómo se pronuncia esta palabra en español? (Hoe wordt dit woord uitgesproken in het Spaans?)
- Debes pronunciar claramente para que todos te entiendan. (Je moet duidelijk uitspreken zodat iedereen je begrijpt.)
- La maestra pronunció mal mi nombre, pero no me importa. (De lerares sprak mijn naam verkeerd uit, maar het kan me niet schelen.)
Idiomatische uitdrukkingen
- Buenas maneras de pronunciar: Goede manieren hebben.
-
Ejemplo: Es importante tener buenas maneras de pronunciar en sociedad. (Het is belangrijk om goede manieren te hebben in de samenleving.)
-
Pronunciar una sentencia: Een vonnis uitspreken, veroordelen.
-
Ejemplo: El juez pronunció una sentencia ejemplar. (De rechter velde een voorbeeldig vonnis.)
-
No saber pronunciar ni jota: Helemaal niet kunnen spreken; niet weten hoe je moet praten.
- Ejemplo: Juan no sabe pronunciar ni jota de francés. (Juan weet helemaal niet hoe hij Frans moet spreken.)
Etymologie
Het werkwoord "pronunciar" komt van het Latijnse woord "pronuntiare", met dezelfde betekenis.
Synoniemen en antoniemen
- Synoniemen: articular, decir, vocalizar.
- Antoniemen: callar, silenciar, disimular.